Leren door te bewegen: zo werkt het in de klas
Bewegend leren is een didactische werkvorm waarbij leerlingen actief bewegen terwijl ze doelgericht oefenen met leerstof.
Wat telt als bewegend leren? Je leest het verschil met een energizer of gymles en ziet voorbeelden uit lesmaterialen voor rekenen, lezen en spelling.
Geschreven door Beweegjuf – leerkracht basisonderwijs met 25 jaar onderwijservaring en momenteel juf van groep 3.

Wat is bewegend leren?
In één zin: bewegend leren betekent dat leerlingen bewegen terwijl ze met een duidelijk leerdoel bezig zijn.
De beweging hoort bij de opdracht. Een leerling zoekt bijvoorbeeld een kaart met een som, rekent die uit en verwerkt het antwoord. Bij een leesopdracht kan een leerling een kaart zoeken, woorden vergelijken en het ontbrekende woord op het werkblad aangeven. Alleen rondlopen zonder met de leerstof bezig te zijn, is geen bewegend leren.
Een overzichtelijke activiteit heeft drie onderdelen:
- een duidelijk leerdoel;
- een eenvoudige beweging die daarbij past;
- een korte verwerking of nabespreking.
Dat laatste onderdeel wordt soms vergeten. Door na afloop kort terug te komen op de leerstof, maak je duidelijk dat kinderen niet alleen bewogen hebben, maar ook bewust iets hebben geoefend.
Bewegend leren, een energizer of gym: wat is het verschil?
Niet iedere activiteit waarbij kinderen bewegen is automatisch bewegend leren.
Energizer
Een energizer is vooral bedoeld om kinderen even te activeren, energie te geven of de concentratie opnieuw op gang te brengen.
Er hoeft geen inhoudelijk leerdoel aan gekoppeld te zijn.
Bewegend leren
Hier is de beweging onderdeel van de leeractiviteit. Leerlingen oefenen bijvoorbeeld een som, woord, spellingregel of ander leerdoel terwijl ze bewegen.
De leerstof blijft dus centraal staan.
Gym of bewegingsonderwijs
Bij bewegingsonderwijs staat het bewegen zelf centraal. Kinderen ontwikkelen motorische vaardigheden en leren bewegen.
Bij bewegend leren wordt bewegen juist gebruikt om andere leerstof te oefenen.
Waarom ik beweging graag combineer met leren
Ik werk inmiddels 25 jaar in het basisonderwijs en heb in die tijd aan alle groepen lesgegeven. Op dit moment sta ik voor groep 3.
Wat ik door de jaren heen steeds opnieuw heb gezien, is dat veel kinderen anders reageren zodra een oefening actief wordt. Een woord zoeken, naar een antwoord lopen of samen een opdracht uitvoeren voelt voor hen vaak niet als een les.
Ze zijn ondertussen wel degelijk met dezelfde leerstof bezig. In mijn ervaring helpt vooral de afwisseling: soms luisteren, soms rustig verwerken en soms actief oefenen.
Ik probeer daarom niet iedere les bewegend te maken. Mijn belangrijkste uitgangspunt is: de beweging moet het leren ondersteunen en niet van het leerdoel afleiden.
Meer over mijn achtergrond lees je op de pagina over Beweegjuf.

Waarom kan bewegend leren waardevol zijn?
Onderzoekers hebben gekeken of lessen met beweging verschil maken voor leerprestaties. De uitkomsten hangen af van de onderzochte lessen en zijn niet zonder meer op elke werkvorm toe te passen.
In een tweejarig onderzoek met 499 basisschoolleerlingen gingen de resultaten voor rekenen en spelling bij actieve lessen meer vooruit dan bij gewone lessen. Voor lezen werd in dit onderzoek geen verschil gevonden. Dat onderzoek ging over een specifiek lesprogramma, niet over de materialen van Beweegjuf.
Bekijk het oorspronkelijke onderzoek → (en de toelichting van de Rijksuniversiteit Groningen)
Voor de lespraktijk blijft de vraag: welke leerstof oefenen leerlingen, wat voegen de beweging en de werkvorm toe, en hoe controleer je of ze het begrepen hebben?
Mogelijke voordelen in de klas
De meerwaarde zit vooral in afwisseling, actieve verwerking en een duidelijk leerdoel.
Afwisseling
Kinderen hoeven dezelfde leerstof niet iedere keer op dezelfde manier te verwerken.
Actieve verwerking
Leerlingen blijven tijdens de activiteit nadenken, rekenen, lezen of controleren.
Plezier en betrokkenheid
Een actieve oefening kan door kinderen als speelser worden ervaren dan opnieuw een vergelijkbare schriftelijke opdracht.
Voorbeelden van bewegend leren
Zoeken, rekenen en kleuren
Bij een rekenkleurenspeurtocht hangen kaarten in het lokaal of buiten. Leerlingen zoeken een kaart, lossen de som op en kleuren op hun antwoordblad het passende vakje. Zo zie je waar het rekenen in de activiteit zit.
Zoeken, lezen en vergelijken
Bij Wat mist er? zoeken leerlingen een kaart met een plaatje en woorden. Op hun werkblad zoeken ze hetzelfde plaatje en vergelijken de woorden. In de leesvariant omcirkelen ze het ontbrekende woord; in de spellingvariant schrijven ze het op.
Lopen, lezen en wisselen
Bij wandel & wissel krijgt ieder kind een kaart met woorden. Leerlingen lopen rond, lezen de woorden aan een klasgenoot voor, luisteren naar de ander en wisselen daarna van kaart. Zo oefenen ze het lezen in korte ontmoetingen.
Veelgebruikte werkvormen voor bewegend leren
Dezelfde organisatie kan bij verschillende leerdoelen passen. Kijk steeds naar de instructie van de gekozen versie: wat zoeken, lezen, rekenen of schrijven de leerlingen precies? Hieronder staan vier werkvormen met een eigen uitleg.
Kleurenspeurtocht
Leerlingen zoeken verspreide kaarten en kleuren op hun werkblad het vakje dat bij hun antwoord hoort. Er zijn onder meer varianten met sommen, klokken en woorden; de precieze opdracht verschilt per materiaal.
Wat mist er?
Leerlingen vergelijken de woorden op een gevonden kaart met die op hun werkblad. Ze omcirkelen of schrijven het ontbrekende woord, afhankelijk van de lees- of spellingvariant.
Kraak de code
Leerlingen zoeken verspreide codekaarten, ontcijferen letters of woorden en verwerken het gevonden antwoord op hun werkblad.
Missende getallen
Leerlingen zoeken getalrijen en bepalen welk getal ontbreekt. Zo combineren ze bewegen met gericht oefenen van getalbegrip.
Wil je meer voorbeelden bekijken? In het overzicht met 10 werkvormen voor bewegend leren vind je verschillende actieve werkvormen voor rekenen, lezen en spelling, inclusief praktische uitleg en gratis materiaal.
Bewegend leren bij verschillende vakken
Dezelfde basiswerkvorm kun je vaak aanpassen aan verschillende leerdoelen.
Rekenen
Laat leerlingen bijvoorbeeld een somkaart zoeken en het antwoord verwerken, of wandel & wissel gebruiken om elkaar een tafel- of deelsom voor te leggen.
Denk aan getalbegrip, automatiseren, tafels, klokkijken en geld.
Spelling
Laat leerlingen woorden zoeken en vergelijken of gebruik een propjesdictee: een leerling pakt een woord, leest het en schrijft het op. De instructie biedt ook een variant waarbij het woord eerst wordt onthouden en daarna aan tafel wordt geschreven.
De werkvorm kun je steeds aanpassen aan een andere spellingcategorie.
Lezen
Bij wandel & wissel lopen leerlingen met een woordkaart door de ruimte. Als ze een klasgenoot ontmoeten, lezen ze om de beurt hun kaart voor en wisselen daarna van kaart.
Bij beginnende lezers houd je de beweging het liefst eenvoudig, zodat de aandacht vooral naar het lezen kan gaan.
Bewegend leren van groep 1 tot en met 8
Bewegend leren kun je in verschillende groepen inzetten, maar de opdracht moet passen bij de leeftijd en de leerstof. Controleer bij lesmateriaal altijd het getalgebied, de leesstof of de spellingcategorie; niet iedere versie past bij iedere groep.
Groep 1 en 2
Bij kleuters zijn bewegen, spelen en leren al sterk met elkaar verweven. Denk aan letters zoeken, tellen, kleuren, vormen en opdrachten in verschillende hoeken.
Groep 3
In groep 3 kun je actieve opdrachten goed combineren met beginnend lezen, spelling, getalbegrip en sommen. Houd de opdracht kort en overzichtelijk.
Bekijk ideeën voor bewegend leren in groep 3 →
Groep 4 en 5
Hier kun je beweging inzetten bij automatiseren, tafels, spellingcategorieën, woordenschat en andere leerstof die veel herhaling vraagt.
Groep 6, 7 en 8
Kies hier een leerdoel dat bij de groep past, bijvoorbeeld tafels of deelsommen, en controleer of het materiaal op dat niveau aansluit. Een herkenbare werkvorm zoals wandel & wissel kun je ook met andere leerstof gebruiken.
Hoe begin je met bewegend leren?
Je hoeft niet direct een complete les om te bouwen. Begin met één korte actieve opdracht bij leerstof die leerlingen toch al moeten oefenen.
- Kies één leerdoel. Bijvoorbeeld sommen tot 20 of een bepaalde spellingcategorie.
- Geef eerst de instructie. Zorg dat leerlingen weten wat ze moeten oefenen.
- Kies een simpele beweging. Lopen, zoeken, staan of kaartjes ophalen is vaak voldoende.
- Spreek duidelijke regels af. Vertel waar kinderen mogen komen en hoe ze samenwerken.
- Houd het kort. Een korte ronde van bijvoorbeeld vijf of tien minuten kan al in een gewone les passen; kies de duur die bij je groep en opdracht past.
- Bespreek na. Kom kort terug op het leerdoel en lastige opdrachten.
Gebruik je dezelfde werkvorm later opnieuw, dan hoef je vooral de nieuwe leerstof en eventuele andere regels uit te leggen.
Hoe houd je een actieve les rustig?
Een bewegende opdracht hoeft geen drukke opdracht te worden. Duidelijke afspraken maken veel verschil.
- laat leerlingen lopen in plaats van rennen;
- spreek een duidelijk werkgebied af;
- werk eventueel in tweetallen of kleine groepjes;
- verspreid kaartjes voldoende over de ruimte;
- gebruik een duidelijk start- en stopsignaal;
- laat leerlingen steeds één opdracht tegelijk uitvoeren.
Heb je weinig ruimte? Gebruik dan de gang, enkele vaste plekken in de klas of laat slechts een deel van de groep tegelijk bewegen.
Veelgemaakte fouten
Het spel wordt belangrijker dan de leerstof
Een activiteit kan leuk zijn, maar wanneer leerlingen nauwelijks met het leerdoel bezig zijn, is het vooral een beweegspel.
Te veel regels tegelijk
Wanneer kinderen een ingewikkelde spelvorm én nieuwe leerstof tegelijk moeten begrijpen, wordt de opdracht onnodig moeilijk.
Iedereen moet tegelijk bewegen
Dat hoeft niet. Tweetallen, kleine groepjes en circuits kunnen veel rustiger werken.
Geen terugkoppeling naar het leerdoel
Bespreek na afloop kort wat er geoefend is. Daarmee blijft duidelijk dat de activiteit onderdeel was van de les.
Welk materiaal heb je nodig?
Je hebt niet altijd speciaal materiaal nodig. Met kaartjes, post-its, dobbelstenen, wisbordjes of opdrachten op papier kun je al veel actieve oefeningen maken.
Wil je printbaar materiaal gebruiken, kies dan eerst het leerdoel. Beweegjuf heeft onder meer speurtochten, Wat mist er?, wandel & wissel en propjesdictee. De instructie, benodigde kaarten en eventuele varianten verschillen per bestand. Niet elk spel vraagt dezelfde mate van beweging; een memoryspel kan bijvoorbeeld ook aan tafel worden gespeeld.
Op de pagina bewegend leren materiaal vind je een overzicht en keuzehulp voor printbare activiteiten voor onder andere rekenen, spelling en lezen.
Veelgestelde vragen over bewegend leren
Is bewegend leren geschikt voor alle groepen?
Je kunt het in alle groepen van het basisonderwijs inzetten. De vorm, hoeveelheid uitleg en leerstof moeten wel aansluiten bij de leeftijd.
Moet je ervoor naar buiten of naar de gymzaal?
Nee. Veel opdrachten kunnen gewoon in het lokaal of op de gang plaatsvinden.
Hoe lang moet een activiteit duren?
Dat hangt van de opdracht en je groep af. In de instructies van sommige materialen staan bijvoorbeeld rondes van vijf, tien of vijftien minuten; het zijn voorbeelden, geen vaste regel.
Is bewegend leren hetzelfde als spelend leren?
Nee, niet precies. Een bewegende activiteit kan heel speels zijn, maar het kenmerkende is dat de beweging gekoppeld is aan een duidelijk leerdoel.
Bij welke vakken kun je het gebruiken?
Rekenen, spelling en lezen lenen zich er goed voor, maar ook andere vakken kunnen geschikt zijn wanneer je de leerstof aan een eenvoudige actieve opdracht kunt koppelen.
Lees verder
Wil je verder inzoomen op een vakgebied of groep? Bekijk dan deze verdiepende pagina’s:
- Bewegend leren rekenen – praktische werkvormen en rekendoelen.
- Bewegend leren spelling – werkvormen en voorbeelden voor spelling.
- Bewegend leren groep 3 – ideeën uit de dagelijkse praktijk voor rekenen, lezen en spelling.
- Bewegend leren materiaal – keuzehulp voor printbare activiteiten die je snel in de klas kunt inzetten.
Zelf aan de slag in je klas?
Bekijk de printbare lesmaterialen voor rekenen, lezen en spelling. Kies een werkvorm en controleer bij het materiaal welke kaarten, werkbladen en instructies je nodig hebt.
